Het is een beetje de vraag of het mogelijk is om alle indrukken van de projectbezoeken, zondag en maandag onder woorden te brengen. Ik laat de lange stukken in de bus tussen de bezoeken, en alle andere zaken maar even voor wat het is. Er wordt goed voor ons gezorgd en de gastvrijheid van Oegandezen is beroemd, en voor ons werkelijkheid hier.

Gisteren zijn we in de middag dus in een dorpje Wandagi geweest, waar we werden ontvangen door een deel van de gemeenschap. We waren hier om te kijken hoe het met de kinderen ging, waarvoor hier een programma is om ze op school te krijgen en te zorgen dat ze de beschikking hebben over basisvoorzieningen. We werden ontvangen met een prachtige dansvoorstelling, begeleid door een paar mannen op drums. Daarna werden we ontvangen door een dame die de zelfhulpgroep daar vertegenwoordigde. Medereizigers die vijf jaar geleden in het gebied waren geweest, waren onder de indruk van alle veldjes met gewassen en vooral gaven ze aan dat de mensen veel zelfbewuster waren en trots lieten zien wat er allemaal bereikt was. Vijf jaar geleden waren in dit gebied de zelfhulpgroepen net gestart en ontmoetten ze nog veel mensen die zich schaamden voor hun situatie…

Na de dansvoorstelling en alle praatjes die bij zo’n ‘officieel’ bezoek horen, mochten we een voetbalwedstrijd spelen tegen de kinderen. En dus ging daarna een groot deel van de tijd op aan ons in het zweet rennen om de kinderen bij te houden op de helling, die voorzien was van bulten, gaten en koeienvlaaien, waarop het spel werd gespeeld. Dat er geen botten zijn gebroken was eerlijk gezegd wel een beetje een wonder! Tijdens de voetbalwedstrijd was ook een handbalspel gaande van de dames en meisjes. Dat gebeurde half op het gedeelte waar gevoetbald werd en het was wel hilarisch om te zien hoe dat door elkaar heen ging. Het contact met de kinderen was erg leuk, ook in de latere projectbezoeken. Het was wel altijd zo dat ze eerst de kat uit de boom keken. En dan duurde het een tijdje voor ze ontspanden en er een lach vanaf kon. Bij de kortere bezoeken kropen ze meestal uit hun schulp als wij vertrokken en weer in de busjes zaten. Dan werden we enthousiast nagezwaaid.

Vandaag zijn we vanuit Kanoni eerst onze opwachting gaan maken bij de administratie van de anglicaanse kerk. Daarmee wordt intensief samengewerkt door de partnerorganisatie van Red een Kind, dat is AEE (African Evangelistic Enterprise). Althans, de projecten die zijn gestart worden gedeeltelijk uitgevoerd op grond van de kerk. Dat geldt bijvoorbeeld voor de twee basisscholen die we deze dag bezochten. AEE legde ook uit dat zij groepen opstarten en dat deze groepen in een gebied zelfstandig moeten worden, waarna AEE zich weer terugtrekt. Maar de kerk blijft. En is daarom ook een belangrijke constante factor in het gebied. De rest van de dag werden we vergezeld door twee leden van de kerkelijke organisatie, die ook erg geïnteresseerd zijn in wat er gebeurt, maar die ook duidelijk aangeven dat ze zouden willen dat AEE/Red een Kind doorgaat met projecten in het gebied.

We hebben eerst twee scholen bezocht in het gebied, die dus op grond van de kerk, door AEE met als partner Red een Kind, werden gebouwd. ‘Grote’ gebouwen, eigenlijk groter dan nodig. Dat was een wens/eis van de overheid, die zelf geen enkel steentje had bijgedragen. Ook een leer voor de volgende keer, want kleinere goedkopere gebouwen hadden ook prima voldaan voor het doel. In een van de scholen vertelde de juf dat ze was getraind binnen het programma van AEE. Ze was daar erg dankbaar voor. De vertegenwoordigster van de ouders vertelde dat ze daarvoor een leraar hadden die niet altijd kwam opdagen. De ouders hebben toen actie ondernomen. En dat was ook geweldig om te zien, dat de ouders (moeders) erg betrokken waren bij de school. Daar wordt ook door AEE en Red een Kind bewust naar toe gewerkt. De bedoeling is om de situatie van kinderen te verbeteren, maar dat doen ze dus door hele gemeenschappen/dorpen te helpen. Zelfhulpgroepen voor vrouwen zetten nu dus zelf programma’s voor kinderen op.

Na de twee scholen zijn we op bezoek geweest bij een gemeenschap waar een zelfhulpgroep al ruim vijf jaar loopt. Ook hier waren onze medereizigers vijf jaar geleden geweest en het resultaat was verbluffend. Zij konden precies vertellen, dat toen zij er waren en het project net was gestart er een klein veldje met mais was en dat de groep een varken had gekocht. Nu was er een enorm maisveld, werden er kippen gehouden in een groot hok, stonden er vier volwassen varkens, nakomelingen van het eerste in het hok, en waren er al jonge varkens verkocht. Daarnaast teelden ze bonen en allerlei andere gewassen en stonden in de tuin citroen- en avocadobomen. We ontdekten zelfs een peperstruik waaraan hele scherpe pepertjes groeiden. Van het geld dat ze verdienden was een machine gekocht om schoolkrijtjes te maken en inmiddels leverden ze aan allerlei basisscholen. Ze spaarden nu voor geld om een elektrische machine te kunnen kopen, waarmee ze ook een kwaliteit schoolkrijtjes konden maken die aan middelbare scholen werden verkocht. (Hopen dat ze de digiborden nog even uitstellen in Oeganda…) Tenslotte hadden ze een grote pan en servies gekocht, waarmee de catering konden verzorgen op bruiloften, begrafenissen en andere feesten, voor meer dan 200 personen.

Kortom, een ongelofelijke ondernemersgeest was in de groep ontstaan. Daarover hebben wij ook wel kritische vragen gesteld. Want dit was uiteraard wel een heel succesvolle groep, maar navraag leerde dat alle groepen wel zelfvoorzienend werden binnen afzienbare tijd, en dat in 50% van de groepen dit effect van ondernemen ontstond, uiteraard met verschillende mate van succes. We waren erg onder de indruk van dit voorbeeld!

Vervolgens hebben we nog een jonge vrouw bezocht die vier maanden was getraind in landbouw. Vervolgens was zij op het land van haar familie aan het werk gegaan met 50 maisplanten waarvoor zij de investering bij elkaar had weten te sparen. Inmiddels had zij 1.000 maisplanten staan, verhandelde ze haar mais op de markt, heeft ze haar kinderen naar school kunnen doen, een werknemer aangenomen en is ze van plan volgend jaar een huis te bouwen. Ze straalde van trots terwijl ze dit stond te vertellen.

Tenslotte zijn we bij een jonge man langs geweest die acht maanden was getraind als lasser. Inmiddels had hij volop gewerkt, heeft hij zijn eigen huis/werkplaats gebouwd en traint hij zelf jongeren in zijn vak. Het enige verontrustende was, toen wij vroegen hoe hij zijn werk deed, hij dat voor deed. Aan de muur hing een grote accu, gevoed door stroomdraden van het net die los uit de muur hingen. Hij legde de draden tegen elkaar om spanning te krijgen, maakte een stroomkring naar zijn werkstuk met stalen hoeken die dus de stroom geleiden. Het lasapparaat bestond uit een laspen, met daaraan een kabel en aan het einde een stuk staal. Van het geheel werd een stroomkring gemaakt en zo kon hij lassen. Eerlijk gezegd zag het er in onze westerse ogen levensgevaarlijk uit. We hebben echter alleen maar iets gezegd van het feit dat hij aan het lassen ging zonder lasbril. Die lag overigens wel op de accu en die zette hij vervolgens ook op. Maar of hij zich realiseerde dat hij binnen enkele jaren blind zou kunnen worden als hij nooit met een lasbril werkte vroegen we ons af. De werkschoenen bestonden uit rubberen teenslippers. Maar inderdaad Ali, we moeten het werk hier mar niet afmeten aan onze Arbowet. Maar schrikken is het wel.

Kortom, twee dagen vol fantastische verhalen die mij er ook echt wel van overtuigen dat het werkt, deze aanpak. Tuurlijk gaat het nodige mis. Het hele idee is dat mensen zelf gaan bedenken wat ze willen en actie ondernemen. Ook deze mensen gaven aan dat het best wel eens mis was gegaan met een project, maar dat het dan belangrijk was er van te leren en door te zetten. Wat onze eigen inzet als sponsor betreft, lijkt het mij toch wel heel gaaf als we juist in die vakopleidingen hier kunnen ondersteunen. Morgen (dinsdag) vertrekken we richting Arua en daar gaan nieuwe projecten opgezet worden. Daar maar eens de ogen openhouden voor wat er nodig is.

Terwijl ik dit schrijf is het al dinsdag en hebben we een hele bijzondere ervaring opgedaan omdat we een vluchtelingenkamp hebben bezocht. Maar daarover meer op een later moment…

André werkt bij Rots Bouw en reist eind oktober met Red een Kind en andere ondernemers naar Oeganda. Hij blogt over zijn ervaringen.

Terug naar overzicht