Heftige beelden van een heuse exodus spatten van ons scherm en roepen heftige emoties op. Ook ik heb de neiging weg te kijken bij het beeld van zo’n klein jongetje op de vloedlijn. ‘Nee, niet weer, niet nu, niet hier’, zeg ik tegen mezelf en ik bedenk ‘Besef je wel hoe ongelofelijk ingewikkeld dit probleem is en welke dilemma’s en problemen ermee gemoeid zijn?’ Niets menselijks is mij en mijn collega’s van Red een Kind vreemd. Ellende hoort bij ons vak. Maar die ellende is meestal ver weg. Natuurlijk is dat even erg, het raakt ons in ons hart. We vragen niet voor niks mensen ons te steunen zodat we kunnen helpen. Maar nu is het anders. De drama’s ontvouwen zich op onze eigen stoep. Daar is nu naar hier gekomen.

Ook voor hulporganisaties, gespecialiseerd in ver weg, is dat nieuw, zelfs ongemakkelijk, want wat te doen? Naast ons hart, gaat ons hoofd werken. Dat is overigens prima, want dat hebben we ook niet voor niks gekregen. Maar er zijn ook altijd heel veel overwegingen om te zeggen: dit is niks voor ons, dat moeten we niet doen. Ik noem er een paar:

Dit moet de EU of de overheid doen. Ja dat is zeker, maar als dat voor ons een reden is om niks te doen, kunnen we beter stoppen. De meeste dingen die we doen zijn het gevolg van een overheid die in gebreke blijft of systeem dat faalt. Dat wil niet zeggen dat we de overheid niet oproepen om nu echt in actie te komen. Dames en heren politici, neem uw verantwoordelijkheid! Maar dat wil niet zeggen dat wij daarom rustig kunnen afwachten en de mensen moeten laten verdrinken.

Dit moet in de regio worden opgelost. Dat is belangrijk, en dat gebeurt al in het overgrote deel van de gevallen. Het barst er letterlijk uit zijn voegen. Landen als Jordanië en Libanon doen al ongelofelijk veel. Gelukkig doen organisaties daar wat ze kunnen en daar sluiten . Ondanks dat, is er voor veel mensen en hun kinderen geen enkel uitzicht in de regio en daarom besluiten ze verder te vluchten. Wie kan hen dit kwalijk nemen?

Laat Europa de mensensmokkelaars stoppen, anders is het dweilen met de kraan open. Eens, mensensmokkelaars zijn boeven van de bovenste plank. Ze verdienen een vermogen aan wanhopige mensen, overigens net als die taxichauffeurs in Europa die vluchtelingen woekerprijzen vragen. Zolang mensen in de regio geen echt perspectief hebben, zullen ze blijven komen, met of zonder smokkelaars, desnoods blootvoets. Dat is het menselijke drama, waarvan we dachten dat het in Europa niet meer zou voorkomen.

De mensen moeten aan Europese zuidgrens worden opgevangen, geregistreerd en verdeeld. Prima idee wat mij betreft, maar dat is nu typisch iets dat de politici moeten regelen en daar. Dames en heren politici, kom in actie! Maar veel mensen staan nu wel in Europa en wie heeft het lef om hen aan hun lot over te laten, en hen letterlijk of figuurlijk, te laten stikken? Dat kunnen we toch niet laten gebeuren?

Het ligt erg gevoelig, mensen zien niet graag vluchtelingen komen. Mensen in Nederland pleiten voor het sluiten van de grenzen, want vluchtelingen bedreigen onze eigenheid en waarden. Ook christenen geven soms de impliciete boodschap aan de vluchtelingen: “ga heen en wordt warm”. De huidige toestand is inderdaad niet houdbaar, maar het is een illusie te denken dat je grenzen hermetisch kunt sluiten in een open samenleving. Op afzienbare termijn blijven we geconfronteerd met grote humanitaire problemen. Trouwens, welke waarden bedoelen we eigenlijk? Onze heidense waarden als behoudzucht, eigen belang, zelfs eigen volk eerst of de Bijbelse waarden als naastenliefde, barmhartigheid en gastvrijheid (of de seculiere equivalenten ervan)? Waarden kun je toch niet verdedigen door ze op te offeren?

Waarom doen anderen het niet, die kunnen dat toch beter? Waarom ik, waarom wij, een vraag zo oud als de mensheid. Ik kan geen ander antwoord bedenken dan omdat het letterlijk op onze weg is geplaatst. Wegkijken en ontkennen helpt niet. Ik kan duizend excuses bedenken waarom we ons niet met dit menselijk drama’s op onze stoep moeten bezig houden. Maar ik constateer wel dat er een groot humanitair tekort bestaat tussen de eerste opvang in de regio en de opvang in landen, zoals bij ons door het COA. Weinigen hebben ooit serieus rekening gehouden met zo’n scenario. Maar hulporganisaties hebben wel kennis en ervaring met dit soort problemen elders opgedaan. Natuurlijk willen we dat de overheid dit humanitaire gat dicht. Dat is hun taak! Helaas gebeurt dat onvoldoende.

Wij hebben onze handen niet voor niks gekregen. Organisaties hebben samen veel kennis en mogelijkheden, al zijn er nog talloze vragen. Gezamenlijk kunnen we onze netwerken, expertise en middelen organiseren om iets te doen aan het schrijnende humanitaire tekort tussen de ellende waar we ons daar mee bezighouden en de opvang hier. Laten we ons hart laten spreken en aan de slag gaan … samen.

Leo Visser, directeur Red een Kind.


Terug naar overzicht