Peuter-/kleuterscholen groeien uit tot nationale bouwstenen

Bij Red een Kind geloven we: als je vroeg investeert in de ontwikkeling van kinderen, dan onstaan er mogelijkhedenn die zij hun leven lang meedragen. Vanuit die overtuiging bouwen we samen met lokale partners aan peuter-/kleuterscholen in verschillende Afrikaanse landen. En we zien iets moois gebeuren: wat begint als een initiatief in de dorpsgemeenschappen, groeit steeds vaker uit tot regionaal en nationaal beleid in de ontwikkeling van jonge kinderen.
In veel Afrikaanse landen gaan kinderen pas vanaf ongeveer zeven jaar naar school. Binnen onze dorpsprogramma’s creëren we veilige en speelse leeromgevingen voor jongere kinderen: kinderen tussen de drie en zeven jaar. Deze peuter-/kleuterscholen worden Early Childhood Development Centers (ECD’s) genoemd en bieden bescherming en ontwikkelingskansen in deze cruciale en vormende levensjaren.
In de landen waar we werken, Rwanda, Burundi, Kenia, Oeganda en Zuid-Soedan, zijn inmiddels tientallen scholen en kindcentra gerealiseerd. In Rwanda alleen al zijn zes nieuwe scholen gebouwd en zes gerenoveerd. In Burundi groeit het aantal klaslokalen jaarlijks en zelfs in het instabiele Zuid-Soedan worden er veilige plekken voor de jongste kinderen gecreëerd.
Investering in de toekomst
Wat opvalt, is dat het concept van peuter-/kleuterscholen steeds vaker wordt overgenomen door overheden. De scholen worden niet langer gezien als pilot of tijdelijke projecten, maar als een investering in de toekomst van een land waarin wordt samengewerkt tussen dorpsgemeenschappen en overheden.
Een voorbeeld is het Kayibanda-centrum in Rwamagana, Rwanda. Waar kinderen eerst buiten les kregen zonder beschutting, worden nu ruim honderd kinderen opgevangen in drie klaslokalen met keuken en sanitaire voorzieningen. De totstandkoming is een gezamenlijk project: de regionale overheid financierde meer dan zeventig procent van de grond, de dorpsgemeenschap droeg de rest bij en Red een Kind financierde met middelen uit Nederland de bouw en inrichting én de training van de leerkrachten.
Kinderen leren er nu in een veilige, goed uitgeruste omgeving en de dorpsgemeenschap is actief betrokken bij het beheer van het centrum. Ook overkoepelende instanties bewegen mee. Zo heeft de basisschoolleiding waar de peuter-/kleuterschool onder valt een formeel verzoek ingediend bij de nationale onderwijsautoriteit om de leerkrachten op de overheidsloonlijst te plaatsen. Daarmee wordt het onderwijs voor de jongste kinderen stap voor stap ingebed in het nationale onderwijssysteem.
Een belangrijke mijlpaal was in januari 2026: tijdens de nationale Early Childhood Development-conferentie in de hoofdstad van Rwanda werd besloten dat het ECD Clustering Model landelijk beleid wordt. Deze aanpak, voor een groot deel door Red een Kind ontwikkeld, koppelt meerdere peuter-/kleuterscholen aan een basisschool of centraal centrum. In plaats van losse, kwetsbare initiatieven worden voorzieningen zo gezamenlijk georganiseerd, ondersteund en gemonitord.


Ingebed in de dorpsgemeenschappen
In Oeganda bouwen dorpsgemeenschappen actief mee aan scholen door arbeid en materialen te leveren. Sommige scholen zijn zelfs voorbeeldlocaties geworden binnen districtsbeleid en worden gebruikt voor opleiding van nieuwe leerkrachten. Ook de infrastructuur groeit mee: in sommige gevallen verbeteren lokale overheden zelfs wegen naar scholen na de bouw ervan.
Net als in Rwanda zijn in Bomet (Kenia) peuter-/kleuterscholen nauw verbonden met basisscholen en de dorpsgemeenschappen. Leerkrachten worden grotendeels door de overheid betaald en kinderen ontvangen twee keer per week melk als onderdeel van een voedingsprogramma. De samenwerking tussen overheid, ouders en partners is daar structureel geworden.
En ook in Burundi staat onderwijs voor jonge kinderen hoog op de politieke agenda en komen er steeds meer scholen bij. In ons magazine OmArmen van mei 2026 verwoordt leerkracht Jacqueline (42 jaar) de verandering treffend: “Vroeger gaven we les onder een boom. Als het regende, stopte de les. Als de zon brandde, was het te heet. Nu leren kinderen in klaslokalen die door de dorpsgemeenschap zijn gebouwd. Ouders schrijven hun kinderen met trots in. Je ziet ze opbloeien.”
Duidelijke verschuiving
Dit ‘opbloeien’ zien we ook bij kinderen in Pibor, een uiterst kwetsbaar gebied in Zuid-Soedan. Waar kinderen eerst buiten onder bomen zaten en leerkrachten ongetrainde vrijwilligers waren, zijn inmiddels twee permanente klaslokalen gebouwd. Daarnaast worden zes centra ondersteund met trainingen, voeding en oudergroepen.
Kortom, wat we zien in deze landen waar wij werken is een duidelijke verschuiving. Onderwijs voor de jongste kinderen is niet langer alleen een initiatief van (buitenlandse) organisaties en dorpsgemeenschappen, maar wordt steeds meer onderdeel van nationaal beleid. Overheden, dorpsgemeenschappen en partners dragen sámen verantwoordelijkheid.
En de impact reikt verder dan onderwijs alleen. We zien kinderen die opgroeien met meer zelfvertrouwen, veerkracht en kansen. En dit werkt door in gezinnen en hele dorpsgemeenschappen.