Hoe mooi zou het zijn als we als rijk land zouden staan voor medemenselijkheid over grenzen heen. Dat de ander, dichtbij en ver weg, weer zou kunnen rekenen op ons als betrouwbare partner. Dat stellen de directeuren/bestuurders van zeven christelijke organisaties, in een gezamenlijke opiniebijdrage in het Reformatorisch Dagblad.

Ontwikkelingssamenwerking delft in verkiezingstijd vaak het onderspit ten opzichte van andere verkiezingsthema’s. Ook tijdens de huidige verkiezingscampagne lijkt dit onderwerp weer een sluitpost voor politieke stokpaardjes te worden. En dat is jammer. Met een relatief klein budget voor ontwikkelingssamenwerking hebben we in veel kwetsbare gebieden namelijk een enorm positieve impact. Dit staat bij de komende verkiezingen op het spel. Laten we daarom opnieuw kiezen voor solidariteit, ook voor hen die zich buiten ons zichtveld bevinden.
Veel vooruitgang
De Nederlandse overheid financiert al sinds 1949 ontwikkelingsprojecten over de hele wereld, in landen waar mensen in grote kwetsbaarheid leven. Met dat geld is enorm veel vooruitgang geboekt. Zo is de kindersterfte wereldwijd nog nooit zo laag geweest als nu, zijn de rechtszekerheid en de corruptiebestrijding in veel landen toegenomen, hebben 2 miljard mensen inmiddels toegang gekregen tot veilig drinkwater, komen ziektes zoals polio en malaria veel minder voor en gaan er meer kinderen naar school dan ooit tevoren. Ogenschijnlijk kleine stapjes hebben ons tot dit punt gebracht. Kortom, er gebeuren ontzettend waardevolle dingen met het van oudsher zeer kleine budget voor ontwikkelingssamenwerking.
Tegenstrijdig
Tegelijkertijd is er de afgelopen jaren een merkwaardige tegenstrijdigheid ontstaan. Terwijl we als land steeds rijker worden, is ons ontwikkelingsbudget geleidelijk afgenomen. Dit kwam tot een dieptepunt onder het huidige demissionaire kabinet. Dit kabinet heeft besloten om de komende jaren 2,4 miljard euro te bezuinigen op ontwikkelingswerk.
Dit klinkt als een papieren realiteit. Maar wij hebben, als organisaties die actief zijn op het gebied van noodhulp en structurele ontwikkeling, de afgelopen jaren de harde realiteit gezien van teruglopende ontwikkelingsgelden. Terwijl rampen, mede door klimaatverandering, zich regelmatig blijven voordoen, neemt ons vermogen om hierop te reageren geleidelijk af. Het gevaar van deze radicale koerswijziging van de Nederlandse overheid is dat we mensen ver weg in de kou laten staan en dat we onszelf opsluiten achter onze dijken. Dit laatste is ook in geopolitiek opzicht geen goede strategie. Verder dreigt ontwikkelingswerk van jaren verloren te gaan als we nu het financieren daarvan terugschroeven.
Instabiliteit
En dat is een groot probleem. Achter begrotingen gaan echte levens schuil. Gezinnen in diepe armoede. Kinderen zonder de zorg die zij verdienen. Jongeren zonder perspectief. Soms lijken we dat als welvarend land weleens te vergeten. Ook uit de recente CPB-doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s blijkt dat ontwikkelingssamenwerking voor meerdere partijen de sluitpost is. Alsof dit geen gevolgen zou hebben. Die heeft dit beleid natuurlijk wel, maar die vaak desastreuze gevolgen spelen zich simpelweg buiten ons blikveld af.
De bittere realiteit is dat geopolitiek –het woord zegt het al: politiek op wereldniveau– zich niet beperkt tot landsgrenzen. Neem de instabiliteit in landen als de Democratische Republiek Congo en Sudan. Door een combinatie van armoede, politieke onrust en gewelddadig extremisme slaan miljoenen mensen op de vlucht. Deze instabiliteit raakt ook Europa; ze voedt migratiestromen en creëert voedingsbodems voor extremisme. Of neem een land als Libanon, dat miljoenen vluchtelingen opvangt die anders de gevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee zouden maken. En verder ondervinden veel landen nu al de gevolgen van klimaatverandering door de enorme door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen, vooral in rijke landen.
Kortom, achter politieke besluiten liggen levensverhalen verscholen. Verhalen van mensen die ver weg leven, maar ook verhalen waarvan wij zelf onderdeel zijn. We kunnen ons er niet aan onttrekken. Of de motivatie nu moreel of strategisch van aard is: betrokkenheid bij mensen in kwetsbare posities is broodnodig.
Internationale naastenliefde
Daarom kijken wij uit naar 29 oktober, de dag dat we ons als kiezers opnieuw mogen uitspreken over wie we als land willen zijn. Zowel binnen de Nederlandse grenzen als op het politieke wereldtoneel. Hoe mooi zou het zijn als we als rijk land zouden staan voor medemenselijkheid over grenzen heen. Dat de ander, dichtbij en ver weg, weer zou kunnen rekenen op ons als betrouwbare partner.
Laten we verder kijken dan papieren werkelijkheden. Laten we de gezichten van de mensen achter de bezuinigingen niet vergeten en opnieuw kiezen voor solidariteit, voor naastenliefde. Vanuit het besef dat ieder mens van waarde is, ook als hij of zij zich buiten ons blikveld bevindt.
Dit artikel is geschreven door de leden van het Christelijk Noodhulpcluster
Guido de Vries is directeur van Tearfund, Jacob Jan Vreugdenhil bestuurder bij Woord en Daad, Pieter Boer directeur van MAF, Agnes Kroese directeur van Dorcas, Andries Schuttinga directeur van Red een Kind, Nienke Bakker hoofd van EO Metterdaad en Chris Lukkien directeur van ZOA. De organisaties vormen het Christelijk Noodhulpcluster (CNC), een verband van ontwikkelingsorganisaties.
Uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut blijkt dat zeven op de tien kinderen zich zorgen maken om de toekomst van de aarde. Ze voelen zich verdrietig, angstig en liggen er soms zelfs wakker van. Hoe ga je met kinderen in gesprek over een pittig onderwerp als klimaatverandering? Deze vijf tips helpen je op weg.
De eerste keer dat ik Mercy en haar kinderen ontmoette, was in 2022 op het afgelegen platteland in Kenia. Haar uitdrukkingsloze blik, de kleintjes die zich stil aan haar vastklampten. Ik vergeet het nooit meer. In haar huis mocht ik haar interviewen. Binnen was het donker en kaal. Geen meubels, geen visgraat vloer, geen gezelligheid aan de muur. Voor iemand als ik, die houdt van interieur en warmte in huis, kwam dit hard binnen. Mercy zat op een leeg krat, het enige ‘zitmeubel’. Het was om moedeloos van te worden. Ik vroeg waar ze sliepen. Ze wees me een hoek tegenover een open vuur. Geen bed, geen deur, geen gordijn. Alleen maar een hoopje kleden op de grond …
Het was mijn eerste reis voor Red een Kind. Mijn eerste échte kennismaking met de werkwijze van een dorpsprogramma. En ik dacht: Hoe groeit iemand hier uit armoede? Helpen we op deze manier kinderen écht?

Lachen
In de zomer van 2024 mocht ik Mercy opnieuw bezoeken. Ik was benieuwd of er iets veranderd zou zijn? Wat ik aantrof, raakte me diep maar nu op een heel andere manier. Voor haar huis zat Mercy maïs te pellen. Een kip scharrelde rond, de kinderen speelden vrolijk om haar heen. En Mercy? Ze straalde. Ze lachte toen ze me zag, sprak openhartig en toonde veel meer energie. Haar oudste dochter, die eerder bij familie woonde, was weer thuis. Want Mercy kan nu zelf het schoolgeld betalen.
Trots vertelde ze over haar mais, die ze zelf verbouwt achter haar huis. Over de steun van haar zelfhelpgroep. Over hoop: “Het is niet altijd gemakkelijk, maar mijn kinderen gaan nu allemaal naar school. Dat geeft hoop.”
Het huis is van binnen nog steeds hetzelfde. En toch is alles anders. Want Mercy zelf is veranderd. Ze heeft hoop en kracht voor de toekomst. En haar kinderen? Ze eten beter, ze leren, ze lachen.

Drie keer zoveel
Soms vraag je je af of het wel helpt. Of het werk wat we doen echt verschil maakt. Maar dan ontmoet je Mercy en haar kinderen.
In onze strategische periode 2021–2024 was het doel: Meer impact voor meer kinderen. En dat is gelukt. In 2024 bereikten we meer dan drie keer zoveel kinderen als in 2020. Drie keer zoveel! In landen als Burundi, DR Congo, India, Kenia, Malawi, Oeganda, Rwanda, Somalië en Zuid-Soedan zien we het verschil dankzij onze werkwijze in de programma’s.
Mercy en haar kinderen zijn daar één van de vele voorbeelden van. En ik? Ik voel me dankbaar dat ik haar verhaal mag delen. Want het hééft zin. Drie keer meer kinderen!
Marian Heek is teamleider Communicatie van Red een Kind
Lees hier alles over onze impact: redeenkind2024.inzine.nl

Laatst stond ik onder een boom in een afgelegen dorpsgemeenschap in Malawi. Geen klaslokaal, geen schoolbanken, maar wél een leerkracht vol passie en nieuwsgierige kinderen. Zulke momenten raken me diep. Helemaal nu de wereldwijde steun voor ontwikkelingssamenwerking afneemt.
Nederland bezuinigt flink op ontwikkelingssamenwerking. En in de VS verdwijnt een groot deel van USAID, jarenlang een belangrijke steunpilaar van hulporganisaties. Wat betekent dat? De gevolgen klinken misschien abstract, maar ze zijn meer dan ooit voelbaar en tastbaar. Elk project dat moet stoppen, betekent voor mensen in kwetsbare situaties dat kansen verdwijnen: een moeder zonder medische zorg, een gezin zonder inkomen, een kind zonder onderwijs en eten. Mensenlevens zijn letterlijk in gevaar!
Jezus keek niet weg
We geloven als Red een Kind dat ieder mens is gemaakt naar Gods beeld. Dat ieder kind waardevol is en dat liefde voor je naaste geen grens kent. Als overheden zich terugtrekken, is het aan ons om juist wél aanwezig te zijn. Niet omdat we alles kunnen oplossen, maar omdat we geloven dat omzien naar de ander onze christelijke plicht is. Jezus’ woorden in Mattheüs 25 zijn een opdracht: “Wat je deed voor de minsten van Mijn broeders, dat deed je voor Mij.” Zijn liefde ging over grenzen heen. Hij keek niet weg, maar stapte erop af.
Geven is daarom geen extraatje, maar een daad van geloof. Van vertrouwen dat elk leven telt, ongeacht waar iemand is geboren. En als overheden zich terugtrekken, is dat geen excuus voor ons om stil te blijven zitten. Het is juist onze roeping om op te staan.
Trouwe achterban
Bij Red een Kind merken we dagelijks de kracht van die roeping. Dankzij een trouwe, betrokken achterban kunnen we blijven bouwen aan hoop voor kinderen in armoede en nood. Niet door grote fondsen, maar door mensen zoals jij die geven vanuit geloof en liefde.

Andries Schuttinga is directeur-bestuurder van Red een Kind

De stem van mijn man fluistert me wakker om 5 uur ’s ochtends op zondag 26 januari 2025: “Word wakker! Je moet nu je bed uit en je klaarmaken. Je mag niet te laat zijn, anders vind je geen plek meer op de boot naar Bukavu in Zuid-Kivu.” Het klonk haast onwerkelijk. Maar laten we even teruggaan naar een paar dagen eerder.
23 januari 2025: De ochtend van angst
Het was rond vier uur ’s ochtends toen we gewekt werden door het geluid van geweerschoten. Wat gebeurt er? Niemand wist het precies. Maar met de snelle opmars van de M23-rebellen baden we dat zij niet dichtbij Goma kwamen. Om acht uur bereikte ik ons kantoor, waar iedereen elkaar vragend aankeek: “Weet iemand waarom we geweerschoten horen?” Ondertussen zag ik hoe het Congolese leger met hoge snelheid door de stad reed. De chaos veroorzaakte zelfs verkeersongelukken. De geruchten begonnen zich te verspreiden: M23 heeft Sake veroverd. Sake ligt op slechts 24 kilometer van Goma.
Rond elf uur zaten we in een spoedoverleg over de veiligheidssituatie. Het nieuws werd bevestigd: er zijn gevechten in de buurt van Sake. We werden naar huis gestuurd met het advies om thuis te blijven werken tot de situatie kalm zou worden. Maar het was duidelijk: de duisternis was begonnen.
Vluchtelingenstromen
De inwoners van Sake en de omliggende dorpen begonnen massaal te vluchten naar Goma. Toen ik thuiskwam, was er geen elektriciteit en geen water uit de kraan. “God, dit is alarmerend,” riep ik uit. Ik verloor geen tijd en begon eten in te slaan, zoveel als ik kon veroorloven, om voorbereid te zijn op wat komen ging. Die nacht werd de eerste van vele lange nachten. Bombardementen, geweerschoten, veranderend weer, totale duisternis. Zelfs het internet werd afgesloten.
24 januari: Nog meer chaos
De volgende dag veranderde er niets. Mensen begonnen massaal te evacueren. Vluchtelingen uit kampen in Mugunga en Rusayo trokken naar veiligere gebieden. Rond het middaguur kwam het internet kort terug, en toen hoorden we het nieuws: de gouverneur van Goma was gedood in de gevechten. De situatie verslechterde verder. De M23-rebellen kwamen nu ook vanuit andere kanten, zoals Kibumba, nabij het vluchtelingenkamp van Kanyaruchinya. De gevechten tussen het leger en de M23 intensiveerden, en de angst werd ondraaglijk.
25 januari: De beslissing om te vertrekken
Met de constante gevechten in de stad besloten mijn man en ik te voet melk voor onze dochter te zoeken. Veel winkels waren gesloten, waardoor we ver moesten lopen voordat we iets vonden. Onderweg zagen we honderden soldaten, tanks en straaljagers op weg naar de frontlinie. Het geluid van ontploffende bommen was onophoudelijk. Mijn man zei: “Grace, jij moet morgenochtend met onze dochter vertrekken. De rebellen gaan Goma in nemen. Bukavu is niet helemaal veilig, maar op dit moment is het beter dan hier.” Die avond pakte ik onze spullen: alleen het hoognodige. We moesten vroeg opstaan om een ticket en een plek op de boot te bemachtigen, omdat veel mensen Goma probeerden te ontvluchten.
26 januari: de vlucht naar Bukavu
Om vijf uur ’s ochtends fluistert mijn man: “Word wakker! Je moet nu je bed uit en je klaarmaken. Je mag niet te laat zijn, anders vind je geen plek meer op de boot naar Bukavu in Zuid-Kivu.” Het was nog steeds zo donker dat het eerder op 1 uur ’s nachts leek. Ik maakte mijn dochter klaar, wekte de nanny en samen haastten we ons naar de haven. Om zes uur waren we er en, godzijdank, vonden we een plek op de boot. Ik smeekte mijn man om met ons mee te komen. Hij weigerde, vastbesloten om ons huis te bewaken en later te vertrekken. Nog geen uur nadat we waren vertrokken, nam M23 Goma in. Vluchten vanaf de luchthaven werden stilgelegd, en er was geen verkeer meer over het Kivumeer. Overal waren geweerschoten en bomexplosies te horen.
Een nachtmerrie zonder einde
In Bukavu leek het alsof de nachtmerrie doorging. Ik kon niet slapen. Mijn gedachten waren constant bij de mensen in Goma: mijn familie, mijn vrienden, en vooral mijn man die was achtergebleven. De situatie verslechterde snel. Gevechten vonden nu plaats in de stad zelf. Het dieptepunt kwam toen een bom het grote ziekenhuis in Goma trof, waar kinderen in de neonatologie-afdeling werden gedood. Het is onvoorstelbaar wat de moeders daar doormaakten, de vrouwen die net waren bevallen, of degenen die hun geliefden verloren in de kampen waar ze zich veilig waanden.
Een gebed voor Goma
Ik zou niemand wensen in mijn schoenen te staan, laat staan in die van de mensen in Goma op dit moment. Alsjeblieft, bid voor hen. Want waar twee of meer mensen samenkomen in gebed, in de naam van Jezus, daar is Jezus aanwezig.
Grace is communicatiemedewerker van Red een Kind in DR Congo
[button_primary link=”https://www.redeenkind.nl/noodhulp-congo/”]Geef voor noodhulp[/button_primary]

En daar sta je dan in Zuid-Soedan, te staren naar de mensen die door de overstroming niet meer in hun eigen huis kunnen leven. Ze hebben kleine hutten gemaakt en half op straat gezet, zodat ze ‘s nachts tenminste droog op de grond kunnen liggen. Er is geen normaal bed of droge kleding te zien. Kinderen spelen op straat en vangen vis met hun eigen gemaakte hengels. De kleine visjes die ze vangen is hun lunch.
Zes jaar geleden was ik ook op deze plek in het noorden van Zuid-Soedan. Toen was dit een bruisend stadje, waar goederen uit Soedan werden gekocht en door verkocht. Nu voelt het alsof er een zware donkere deken op deze plek drukt. Het conflict in buurland Soedan heeft duidelijk deze stad geraakt. De winkels zijn leeg, er lopen veel mensen op straat die erg mager zijn en ook zie ik hoe kinderen proberen te overleven op straat. Ik besef dat het lijden wat ik hier zie, slechts een fractie is van het lijden dat zich afspeelt in het nabij gelegen Darfur.
De oneerlijke wereld
Ik denk terug aan mijn gezin in Nederland. Voorafgaande aan mijn reis naar Zuid-Soedan zorgde ik ervoor dat ik het thuisfront goed achterliet. Ik vulde de koelkast met eten en drinken, zorgde voor genoeg warme kleding mocht het toch koud worden en haalde met de kinderen een stapel nieuwe boeken uit de bibliotheek zodat ze genoeg afleiding hadden tijdens mijn afwezigheid… Wat mis ik ze en wat gun ik ze veel. Tegelijkertijd voel ik mij boos vanbinnen. Wat is de wereld oneerlijk! Wij in Nederland vieren verjaardagen, sinterklaas, kerst en kunnen klagen dat we twee broodjes pindakaas als lunch niet genoeg vinden, terwijl in Zuid-Soedan kinderen omkomen van de honger!
Op 16 december 2024 was Hilde ook te gast bij het programma Uitgelicht! van Family7. Bekijken.
Jongens met een wapen
We reizen naar een andere locatie waar Red een Kind ook een programma heeft. Even voelt het als een opluchting, want hier voel ik de ‘zware donkere deken’ niet meer. Toch komt al snel de realisatie dat ook hier van alles speelt. We staan stil voor een veiligheidspost, waar een soldaat ons en de auto onderzoekt. We mogen doorrijden en zien jonge jongens zonder uniform met een wapen. Vorige week zijn er in de buurt van deze plek nog veertig mensen omgekomen naar aanleiding van een conflict tussen twee gemeenschappen.
Dichtbij deze onrustige plek staat een van onze kindercentra. Hier worden kinderen begeleid in het verwerken van hun trauma en krijgen ze les van ons team van leerkrachten. De kinderen zingen ons vrolijk toe. Op dit centrum ontvangen ook ouders training over ouderschap.
Samen dromen
Samen met collega’s spreken we over wat we hier nog meer kunnen doen. We dromen van een schooltuin op deze plek, waar ouders samen kunnen leren hoe ze de kinderen kunnen voorzien van gezonde voeding. Wat zou het mooi zijn als de leerkrachten meer spelmateriaal konden gebruiken in hun lessen.
We rijden naar een dorp waar ik aan het begin van dit jaar ook was. Toen kregen de kinderen les in de hete zon en onder een paar bomen. Nu staat er een schoolgebouw! De gemeenschap is ons dankbaar! Hier kunnen we nu verder bouwen aan een gemeenschap waar ouders zorgdragen voor hun kinderen en waar leerkrachten liefdevol lesgeven.
Soms zit ik echt met mijn handen in mijn haar: “Waar moeten we beginnen?!”, en soms zie ik ineens weer hoop: “Hier maken we al verschil en kunnen we verder bouwen!”
Dit blog is geschreven door Hilde van der Draai. Zij is Coördinator Programs & Partners bij Red een Kind en bezoekt Zuid-Soedan regelmatig. Red een Kind gelooft dat onderwijs hier het verschil betekent tussen een leven in armoede of een leven met kansen. Jij ook?
[button_primary link=”https://www.redeenkind.nl/geloof-in-onderwijs-in-zuid-soedan/”]Geef voor onderwijs![/button_primary]

Tin, kobalt en goud. Terwijl ik rondloop in een vluchtelingenkamp in DR Congo voor een bezoek aan Red een Kind-projecten, denk ik steeds weer aan tin, kobalt, en goud…
Eigenlijk allemaal gewoon stenen uit de grond, maar ook heel waardevolle mineralen waar de grootste landen van de wereld om vechten. Elk elektronisch apparaat zit er vol mee, jouw mobiel, laptop of elektrische auto kan niet zonder. En de vraag neemt alleen maar toe.

Naar aanleiding van de aangekondigde bezuinigingen op ontwikkelingswerk, doet onze directeur-bestuurder Andries een boekje open. Want wat is het effect van de bezuinigingen op ons werk? Helpt het de Nederlander juist verder of niet? Heeft Den Haag überhaupt door wat ngo’s doen? Op deze en meer vragen geeft Andries openhartig antwoord.
Tijdens de eerste Prinsjesdag van kabinet Schoof I bleek dat er nog meer bezuinigd gaat worden op ontwikkelingssamenwerking dan aangekondigd. Hoe zit dat precies?
“Dit kabinet wil de zwaarste bezuinigingen ooit op ontwikkelingssamenwerking doorvoeren. Vanaf 2027 gaat het om een bedrag van 2,4 miljard euro per jaar, ongeveer een derde van het budget. Daarnaast worden vanaf volgend jaar de koppeling tussen het bruto nationaal inkomen en het ontwikkelingsbudget losgelaten. Normaal gesproken stijgt het budget met de groei van de economie mee, maar daar wil dit kabinet een eind aan maken. Daarmee worden nog eens honderden miljoenen per jaar extra bezuinigd. Ook het openhouden van Nederlandse ambassades wordt straks deels betaald uit het ontwikkelingsbudget. Het gaat dus echt om bezuiniging op bezuiniging.”
‘Het is beschamend dat de mensen die onze hulp het hardst nodig hebben, worden weggestreept’
Hoe kijk je als directeur van een noodhulp- en ontwikkelingsorganisatie naar de beslissing om zo zwaar te bezuinigen?
“Ik word er vooral verdrietig van, en ik vind het beschamend dat we in een land wonen waar de mensen die onze hulp het hardst nodig hebben, worden weggestreept. We leven in een van de meest welvarende landen ter wereld, waar de meeste mensen het – ondanks de problemen die er zeker zijn – goed hebben. Om dan weg te lopen van je verantwoordelijkheid om te delen is ongelofelijk teleurstellend en heeft voor mij ook iets egoïstisch. Daarnaast hebben de mensen die dit direct betreft geen duidelijke stem in Den Haag, dus het lijkt helaas een makkelijke post om op te bezuinigen.”
Wat betekent het voor Red een Kind? Hoe ga je hier als organisatie mee om?
“De subsidies die we op dit moment ontvangen vanuit de Nederlandse overheid zijn bestemd voor onze noodhulpprogramma’s. We verwachten niet dat daar de zwaarste klappen zullen vallen.
Red een Kind is gezegend met een loyale achterban. We bestaan omdat mensen onze missie belangrijk vinden en ons werk willen ondersteunen, en dat is heel mooi. Maar als organisatie word je ook beïnvloed door het sentiment dat heerst in de samenleving. Ik vraag me af wat dit op lange termijn doet met de bereidwilligheid om te geven, ook van onze eigen achterban. Onze overheid heeft een voorbeeldfunctie en wat voor voorbeeld wordt er nu gegeven over wat we overhebben voor anderen en het soort samenleving die we willen zijn?”

Door voorstanders van bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking wordt vaak gezegd dat we met dit geld juist ook Nederlanders kunnen helpen. Wat vind je daarvan?
“Je houdt mensen een onwaarheid voor door te stellen dat er veel meer mogelijk wordt in Nederland als we niet langer solidair zijn met mensen in nood. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking ligt rond de halve cent per euro die men in Nederland verdient, dat is heel bescheiden. Daarmee zijn deze bezuinigingen voor een deel symboolpolitiek, want we lossen de problemen in onze eigen samenleving er niet mee op.
Ik ben ervan overtuigd dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Nederland zou zich moeten houden aan de afspraak om 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. De Bijbel vertelt ons dat we oog moeten hebben voor mensen die minder hebben. Dat geldt uiteraard voor mensen in onze eigen samenleving, maar net zo goed voor de vreemdeling ver weg.”
‘De Bijbel vertelt ons dat we oog moeten hebben voor mensen die minder hebben’
Je bent al acht jaar directeur van Red een Kind, wat heb je in die tijd zien veranderen in de sector en samenleving?
“In de ontwikkelingssector zijn we wellicht wat doorgeschoten in hoeverre alles gecontroleerd moet worden. Er is meer drang naar het meten en analyseren van alles wat we doen. Dat is soms om gek van te worden, want er gaat ontzettend veel tijd in zitten. Aan de andere kant maakt dit Red een Kind wel professioneler en is de kwaliteit van ons werk erop vooruitgegaan.
We blijven grote betrokkenheid bij ons werk zien. Maar toch denk ik dat er in de samenleving sprake is van een zekere verkilling, dat is een trend die ik al langer zie. Volgens mij heeft dit te maken met een wereld die steeds onzekerder wordt. Hierdoor hebben we als individuen, maar ook als samenleving, de neiging meer met onszelf bezig te zijn. Dit is ergens wel begrijpelijk, maar ik vind het ook een zorgelijke ontwikkeling.”
Heb je het idee dat er in Den Haag een realistisch beeld bestaat van het werk dat ngo’s doen?
“Nee, ik denk het niet. Soms heerst nog steeds het idee dat mensen afhankelijk zullen blijven van hulp van buitenaf. Omdat men denkt dat ontwikkelingswerk een bodemloze put is, neemt het draagvlak ervoor af. Als ik mensen uitleg wat wij doen – dat we mensen helpen hun situatie zélf te verbeteren en weer te geloven in hun eigen kracht – verandert dat beeld vaak. Wij werken aan de grondoorzaken van de problemen waar mensen tegenaan lopen, zodat ze uiteindelijk zonder steun van onze kant verder kunnen.”
‘Wij werken aan de grondoorzaken van problemen, zodat mensen uiteindelijk zonder onze steun verder kunnen’
Critici van ontwikkelingssamenwerking vinden vaak dat we al genoeg gedaan hebben, en dat het geen zin heeft om te blijven investeren in de landen waar wij werken. Wat zeg je tegen hen?
“Ik ben het er niet mee eens dat we al genoeg gedaan hebben, of dat investeren in ontwikkelingssamenwerking geen zin heeft. Er is in de afgelopen zeventig jaar ongelofelijk veel gebeurd en verbeterd. Zo zijn er grote stappen gemaakt op het gebied van armoedebestrijding, levensverwachting, onderwijssystemen en gezondheidszorg.
Maar we moeten niet hypocriet zijn, we leven nog steeds in een mondiaal systeem dat zeer oneerlijk is. Denk bijvoorbeeld aan het internationale handelssysteem of de manier waarop we omgaan met kritieke grondstoffen. Zolang er vanuit het Westen geen bereidheid is om dit systeem te veranderen, zullen andere gebieden in een achtergestelde positie blijven. We hebben dus niet alleen een morele verplichting via ontwikkelingssamenwerking de gevolgen van dit oneerlijke systeem te bestrijden, maar ook om het systeem zelf aan te passen.”

Zie je het veranderen van het systeem dan ook als verantwoordelijkheid van Red een Kind?
“Als collectief van ngo’s hebben we een verantwoordelijkheid om deze ongelijkheid onder de aandacht te brengen. Red een Kind dus ook. Bijvoorbeeld door mensen die bereid zijn om te luisteren mee te nemen, en onze expertise te delen. En we kunnen proberen mensen hoop te geven en te laten zien dat oplossingen mogelijk zijn, ook al is dat soms op heel klein niveau.”
‘We kunnen mensen hoop geven’
Het politieke klimaat in Nederland is op dit moment niet gunstig voor ngo’s, en in veel van de landen waar Red een Kind werkt, zoals DR Congo en Zuid-Soedan, zijn de uitdagingen ontzettend groot. Hoe zorg je dat je de hoop op een betere toekomst niet verliest?
“Om hoopvol te blijven denk ik vaak terug aan een vrouw die ik ontmoette toen ik voor Red een Kind op reis was. Zij was lid van een zelfhulpgroep en had daar leren sparen, zodat ze een jurk en etensborden kon kopen. Ze vertelde – met enorme trots en zelfverzekerdheid in haar ogen – wat dit voor haar betekende. Met haar nieuwe jurk en deze borden kon ze voor het eerst zonder schaamte mensen uitnodigen om bij haar te komen eten. Daarmee had ze haar plek in het dorp teruggevonden. Ze deed er weer toe. Dit is in essentie wat we in al onze programma’s proberen te doen; zorgen dat mensen hun gevoel van eigenwaarde weer terugkrijgen, en hun eigen toekomst zelf verder kunnen opbouwen. En dat blijft ook als ons werk daar ophoudt.
Ons werk doet ertoe, ook als de omstandigheden waarin we werken verslechteren. Ik hoop en bid dat men, ook in Den Haag, gaat inzien hoe schraal het is als we alleen naar onszelf kijken. We zijn gemaakt voor gemeenschap, dus ik heb de hoop dat de wal het schip keert. Ik zie het als onze verantwoordelijkheid om daar een rol in te pakken, en om in samenwerking met anderen dit tegengeluid te blijven laten horen.”

Andries in Goma, DR Congo, bij Gift (3 jaar) en haar gezin

”Ze draait mijn armen heen en weer en slaat er zachtjes op. Dan schatert ze het uit. Ze vindt mijn huidskleur hilarisch en is helemaal niet bang. Als we het kleine huis binnen gaan is ze niet van mij weg te slaan. Ze gaat naast mij zitten en blijft maar met haar handjes aan mijn huid voelen. Ze blijft lachen en verliest mij geen moment uit het oog.
Kevine is twee en groeit op in Rwanda. Ze heeft dezelfde prachtige ogen als haar moeder Francine en vindt het geweldig dat we naar haar huis komen. Het hele dorp is trouwens uitgelopen, iedereen wil wel eens zien wat die witte mensen hier komen doen. We horen van onze Rwandese collega’s dat dit de eerste keer is dat er auto’s in het dorp zijn. En buitenlanders. En camera’s. Iedereen wil het zien en meemaken. Waar we ook gaan er lopen grote groepen kinderen met ons mee. Ze verstoppen zich achter bosjes en struiken om zo dicht mogelijk bij ons te kunnen komen. Als we ze gedag zeggen vliegen ze luid lachend alle kanten op om even later weer terug te komen om opnieuw naar ons te kijken.
Het leven hier, op het platteland van Rwanda, is hard. Moeder Francine vertelt ons dat er niet genoeg voedsel is voor het gezin. Ze gaan regelmatig met honger naar bed. Schoon water is er niet, elke dag haalt Claude, de vader van het gezin, twee jerrycans water uit het meer dat vijf kilometer verder op ligt. Het water is niet schoon en regelmatig hebben mensen hier last van darmklachten, infecties of wormen. Maar het is het enige water dat er is.
Het huis van het gezin is klein en gemaakt van leem en golfplaten. Het is nog geen drie meter diep en bestaat alleen uit een woongedeelte en een slaapplek. Het is er donker en heet. Achter in de tuin staat een klein hokje dat dienst doet als toilet.
Francine is zwanger van haar derde kind. Voor haar controles moet ze drie uur lopen naar het dichtstbijzijnde medische centrum. Daar kan ze ook bevallen, zodra de bevalling begint kan haar man haar brengen op de fiets. De wegen hier zijn slecht en Rwanda heeft veel heuvels. De hellingen op fietsen lukt niet dus dan zal ze toch moeten lopen.
Kevine glimlacht nog eens breed naar mij en kijkt het leven zonnig tegemoet. Ze heeft nog weinig zorgen. Laten we hopen dat haar toekomst beter zal zijn dan die van haar moeder. Door onderwijs, training en de juiste hulp zal Kevine haar leefomstandigheden de komende vijf jaar zien verbeteren. Haar ouders zijn vastbesloten het beste uit ons programma te halen. En wij ook. We gaan er samen voor.”
[button_primary link=”www.redeenkind.nl/uitdagingen-in-rwanda”]Lees hier meer over de uitdagingen in Rwanda[/button_primary]
Simone Schoemaker is manager Fondswerving & Bewustwording bij Red een Kind.
