In Goma, een stad getekend door conflict, vinden kinderen weer hoop. Dankzij lokale projecten krijgen ze toegang tot onderwijs en gezondheidszorg.
Nia is 14 jaar en woont in Malawi. Ze vertelt hoe ze als sponsorkind de hulp van Red een Kind ervaart. In het vluchtelingenkamp voelt ze zich veilig dankzij de tent die ze kreeg.

Eind vorig jaar zijn we samen met de Dutch Relief Alliance (DRA) een Acute Joint Response gestart in de Democratische Republiek Congo. Dit noodhulpproject is gericht op het helpen van bevolkingsgroepen die getroffen zijn door de recente gewapende conflicten in het oosten van de DRC. Waaronder in het bijzonder gezinnen die recent zijn teruggekeerd nadat ze gedwongen moesten vluchten voor geweld en bijzonder kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen.
Begin deze maand ontvingen 770 kwetsbare gezinnen in de Ruzizi-vlakte noodhulp in de vorm van onderdak en essentiëlen huishoudelijke producten. Veel van deze gezinnen hebben al eerder moeten vluchten en zijn hierdoor alles kwijtgeraakt. De noodpakketten die aan hen werden uitgedeeld bestaan uit essentiële producten zoals zeilen en touwen voor de bouw van tenten, matrassen, dekens, keukengerei (potten en lepels), bekers, matten en zeep.
Naast de directe noodhulp heeft dit project ook het doel de veiligheidsrisico’s te verminderen, het hervestigingsproces van gevluchte gezinnen te ondersteunen en de waardigheid te herstellen van bevolkingsgroepen die door gewapend geweld zijn getroffen.

Over de Dutch Relief Alliance
De Dutch Relief Alliance bestaat uit veertien Nederlandse humanitaire organisaties die samenwerken met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en lokale organisaties om (nood)hulp te bieden in landen als DR Congo, Somalië en Zuid-Soedan.

Mislukte oogsten, stervend vee, een gebrek aan schoon drinkwater, uitbraken van ziektes en amper toegang tot gezondheidszorg. Door langdurige en extreme droogte staat Somalië opnieuw aan de rand van een humanitaire crisis. Veel gezinnen hebben amper tot niets meer te eten en steeds meer kinderen raken ondervoed.
Samen met de Dutch Relief Alliance (DRA) en zes lokale partners startten we deze maand daarom een noodhulpproject in Somalië. Dit project zal lopen tot begin september.
Wat gaat Red een Kind doen?
- Gezondheidszorg: we ondersteunen gezondheidsklinieken in de zorg voor zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s en bij de behandeling van snel verspreidende ziektes als cholera en difterie.
- Water en hygiëne: we zorgen voor toegang tot schoon drinkwater, bouwen noodtoiletten en geven voorlichting over hygiëne om de uitbraak van ziektes zoveel mogelijk te voorkomen.
- Voeding: we ondersteunen in het screenen en behandelen van ondervoeding onder kinderen en zwangere vrouwen en delen voedselbonnen uit.
- Geld: we helpen gezinnen financieel zodat ze in hun essentiële behoeften kunnen voorzien.
De huidige situatie
De meeste Somalische gezinnen zijn in hun levensonderhoud volledig afhankelijk van landbouw en veeteelt. Doordat de droogte aanhoudt, mislukt hun oogst, sterft het vee en moeten zij vluchten om te overleven. Vooral jonge kinderen lopen daarbij risico op acute ondervoeding. Daarnaast is er amper toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen waardoor ziektes zich snel verspreiden, met name in gebieden waar ontheemde gezinnen dicht op elkaar leven. Toegang tot goede gezondheidszorg is er niet.
Daarbovenop is de humanitaire hulp in Somalië sterk afgenomen. Veel internationale donoren hebben zich teruggetrokken waardoor hulporganisaties genoodzaakt zijn hun werkzaamheden in te perken of stop te zetten. Daarom hebben Somalische gezinnen onze hulp nu harder nodig dan ooit.
Over de Dutch Relief Alliance
De Dutch Relief Alliance bestaat uit veertien Nederlandse humanitaire organisaties die samenwerken met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en lokale organisaties om (nood)hulp te bieden in landen als DR Congo, Somalië en Zuid-Soedan.

De 11-jarige Amini zoekt al haar leven lang veiligheid. Ze is een van de honderdduizenden kinderen uit DR Congo die op de vlucht zijn voor geweld. Dit is haar verhaal.
Amini vertelt: “Ik was op het land bonen aan het planten met mijn moeder en zus toen we plotseling geweerschoten hoorden. We begonnen meteen te rennen. Op blote voeten, onze schoenen lieten we in alle haast achter. We kwamen terecht in een vluchtelingenkamp waar we de eerste nacht alleen een zeil hadden om op te slapen. We lagen buiten in de regen.”
‘De kogels gingen dwars door alle tenten heen’
Het leven in het kamp is zwaar, ook voor de moeder van Amini. Zij sterft enige tijd later. Amini blijft samen met haar zus alleen achter. Hun vader leeft al niet meer. “Gelukkig werden we geholpen door hulporganisaties. In totaal verbleven we drie jaar in het kamp. Al die tijd konden we niet naar school”.
De situatie blijft onveilig. Amini vertelt: “Ik was met mijn zus in Goma om langs de deuren te gaan voor eten toen de rebellen M23 binnenvielen en er opnieuw geweld uitbrak. De kogels gingen dwars door alle tenten heen waardoor er veel mensen stierven of elkaar kwijtraakten in de chaos.”
Een veilige plek
Amini en haar zus moeten opnieuw vluchten. Onderweg worden ze opgevangen door een vrouw die ze van thuis kennen. “Ze vroeg waar onze moeder was en zei dat we bij haar konden blijven. Ze nam ons mee naar het kamp waar we nu verblijven. Dankzij haar kunnen we hier weer naar school”, vertelt Amini trots.
Ik heb geleerd om niet te blijven denken aan wat er gebeurd is.
In het kamp is ook een veilige plek van Red een Kind. Daar krijgen de zusjes mentale begeleiding en kunnen ze spelen. “Ik heb geleerd om niet te blijven denken aan wat er gebeurd is. Samen met mijn vrienden doe ik mee aan verschillende activiteiten. Dat geeft rust. Ik hoop dat Red een Kind hier nog jaren blijft en nog veel meer kinderen kan helpen.”

In de Democratische Republiek Congo groeien honderdduizenden kinderen elke dag op tussen geweld, angst en onzekerheid. Onbezorgd kind zijn is er allesbehalve vanzelfsprekend. Toch zijn er ook lichtpuntjes, middenin alle chaos. De 13-jarige Irene en haar jongere zusje Fina raakten alles kwijt, maar vonden hoop bij de veilige plek van Red een Kind.

Ruim een jaar geleden woonde Irene met haar vader, moeder, twee broertjes en zusje Fina in een dorp in Masisi, Oost-Congo. Irene vertelt: “Op een dag hoorden we geweerschoten. De situatie was zo ernstig dat mijn moeder, Fina en ik begonnen te rennen. Sinds die dag hebben we mijn vader en broertjes niet meer gezien. We weten niet waar ze zijn heengegaan.”
Op de vlucht
Het gezin wordt opgevangen in een vluchtelingenkamp in Goma, waar Irene en haar zusje Fina weer naar school kunnen. Toch blijken ze ook daar niet veilig. “Toen we in de klas zaten, hoorden we opnieuw schoten en bommen. Ik ben samen met mijn zusje naar onze tent gerend, maar die was verwoest en onze moeder was nergens te vinden,” vertelt Irene. “Daarom volgden we de stroom van vluchtende mensen, zonder te weten waarheen. Gelukkig werden we opgevangen door een vrouw: Nathalie. Ze beloofde dat ze zou helpen om onze moeder te zoeken.”
Een paar dagen later komt Nathalie niet meer thuis. Irene blijft samen met haar zusje en de zes kinderen van Nathalie alleen achter. “We voelden ons niet meer veilig, eerder hadden twee soldaten de deur al opengebroken en ons mishandeld.”
Liefde en herstel
Toch is er hoop… In het dorp is een veilige plek van Red een Kind. Op deze plek, herkenbaar aan de witte Red een Kind-tent, kunnen Irene en haar zusje in een veilige en rustige omgeving weer kind zijn. Ze krijgen de zorg, liefde en aandacht die ze nodig hebben, maken muziek samen en doen mee aan educatieve spelletjes. Irene vertelt: “Het leven is niet makkelijk, maar sinds ik hier ben, heb ik weer hoop. Hoop op dat ik mijn moeder zal vinden en dat we weer terug naar huis kunnen. Mijn zusje en ik willen graag weer naar school, net als andere kinderen.”

De tienjarige Atoch uit Zuid-Soedan loopt elke ochtend en avond met een gieter in de hand door haar tuin. Elke rij groenten krijgt met veel zorg en aandacht water. De verantwoordelijkheid die het meisje draagt is namelijk groot…
Atoch verloor haar moeder al op jonge leeftijd. Haar vader is visueel beperkt en daardoor niet in staat om voor haar te zorgen. Daarom woont Atoch sinds het overlijden van haar moeder bij haar tante, waar ze niet alleen een warm thuis heeft gevonden, maar ook een nieuw doel in haar leven.
Als oudste kind in het gezin van haar tante helpt Atoch met het verzorgen en opvoeden van haar jongere broertjes en zusjes. “Ze staat voor zonsopgang op om in de tuin te helpen en doet dit ’s avonds nog een keer”‘, vertelt haar tante trots. “Ze klaagt nooit, omdat ze weet dat we op deze manier als gezin kunnen overleven.”

Opgroeien in een stabiele en veilige omgeving
Atochs gezin is een van de vele families die meedoen aan het straatkinderenproject van Red een Kind in Zuid-Soedan. Dit project wordt gefinancieerd door Stichting Pharus. Het koppelt kinderen die op straat leven of geen ouderlijke zorg krijgen aan scholen en gezinnen binnen hun dorpsgemeenschap. Deze gezinnen krijgen materiele steun en coaching om goed voor deze straatkinderen te zorgen of bijvoorbeeld groenten te verbouwen. Daardoor verdienen ze inkomsten en groeien de kinderen op in een stabiele omgeving.
Voor Atoch levert het project niet alleen dagelijks gezonde maaltijden op, maar ook een gevoel van waardigheid, stabiliteit en de ruimte om te dromen over de toekomst. Zo neemt ze samen met andere kinderen in haar dorp deel aan lessen gericht op psychosociale ondersteuning. Daar leert ze binnen een veilige omgeving spelen, groeien en wennen aan regulier onderwijs. Atochs ogen lichten op als het over school gaat. “Ik wil juf worden”, zegt ze verlegen. “Zodat ik kinderen zoals ik kan helpen.”
Het verhaal van Atoch is er één uit duizenden in Zuid-Soedan. Het laat zien wat er mogelijk is als kinderen niet langer hoeven te overleven en de ruimte krijgen om te groeien. Net als de groenten in Atochs tuin die ze elke dag met veel zorg water geeft.
[button_primary link=”https://www.redeenkind.nl/over-ons/hier-werken-wij/zuid-soedan/” target=”_self”]Over ons werk in Zuid-Soedan[/button_primary]
Het is weinig in het nieuws, maar de onrust in DR Congo is nog niet afgenomen. Onze collega Grace houdt ons vanuit Burundi op de hoogte over het noodhulpproject dat Red een Kind is gestart.
Samen met de Dutch Relief Alliance (DRA) startten we een noodhulpproject in Goma. Dat dit hard nodig is, blijkt wel uit Grace’ verhalen en de foto’s die ze doorstuurt.
Gewonde kinderen
Veel kinderen zijn gewond geraakt door rondvliegende kogels of explosieven. Grace: “Alsof dat nog niet erg genoeg is, werd er vlakbij een kerk nog een explosief gevonden waardoor een gevaarlijke situatie ontstond. In allerijl zijn er experts bij geroepen om het te verwijderen en zo nog meer schade te voorkomen.”

Kindvriendelijke plekken als opvang
In DR Congo hadden we al zogenaamde Child friendly spaces; veilige plekken voor kinderen die te maken hebben met geweld en trauma’s. Grace vertelt: “Deze plekken zijn nu omgebouwd tot schuilplaatsen voor Congolese vluchtelingen. In de paar scholen waar wij mee samenwerken zitten nu ook mensen die gevlucht zijn. Als de lessen beginnen, halen ze hun spullen weg om ruimte te maken voor de kinderen.”

Beschadigde scholen
Grace deelt ook verhalen over scholen die geplunderd worden: “Een van de scholen waarmee wij werken werd opengebroken en bestolen. Het kantoor van de directeur is vernield. De school probeert de lessen weer op te starten, maar we zagen dat er maar twee studenten en zeven docenten op kwamen dagen.
Ook bij een andere school werd ingebroken. Zowel op het schoolplein als in de klaslokalen werden spullen vernield. We hoorden van gebroken deuren, ingegooide ramen, gestolen banken en lesmaterialen en het plein was door mensen bevuild.”
Verplicht vertrek
Er liggen meerdere grote vluchtelingenkampen bij Goma. Hier leven duizenden mensen die vanuit andere dorpen naar Goma zijn gevlucht. M23 dwingt nu mensen terug te keren naar hun eigen dorp. “Binnen 72 uur moesten ze vertrekken, maar dat lukte niet iedereen. Ook deze mensen zochten hun toevlucht tot kerken en scholen.”
Wat doet Red een Kind?
We willen kinderen en gezinnen in Goma door deze crisis heen helpen. Daarom zetten we in op levensreddende hulp en stabiele, veilige plekken bieden. Hoe?
- Kinderbescherming: We proberen kinderen die hun familie kwijtgeraakt zijn met hen te herenigen. Ook zetten we nieuwe kindvriendelijke, veilige ruimtes op waar kinderen toegang hebben tot psychosociale hulp en onderwijs.
- Geld geven: We helpen gezinnen zodat ze in hun essentiële behoeften kunnen voorzien.
- Water en hygiëne: We delen maandverband uit, bouwen noodtoiletten en geven voorlichting over hygiëne om de uitbraak van ziektes zoveel mogelijk te voorkomen.
De noodhulp wordt van februari tot augustus geboden in drie gebieden in en rondom Goma, namelijk in Kiroshe, Nyirangongo en Karisimbi. In totaal verwachten we 114.941 mensen te bereiken.

Dutch Relief Alliance
De Dutch Relief Alliance bestaat uit veertien Nederlandse humanitaire organisaties die samenwerken met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en veel lokale organisaties om (nood)hulp te bieden in landen als DR Congo, Somalië en Zuid-Soedan.
[button_primary link=”https://www.redeenkind.nl/noodhulp-congo/”]Geef ook voor DR Congo[/button_primary]
