
‘We gunnen ieder kind een goede start’
De familie Palland heeft het goed en dus helpt het gezin graag andere mensen. Heel gewoon, volgens hen. Het sponsorprogramma van Red een Kind vinden ze een mooie manier om ook mensen in andere landen te helpen. Danielle Palland: “Je wereld wordt al snel beperkt tot zover je kunt zien. Door sponsoring kijk je verder.”
Een vrijdagmiddag bij de familie Palland in het Gelderse Hattem. Vader Arend (39), die werkt als accountant, sluit zijn laptop in zijn werkkamer. Oudste dochter Hanna (13) maakt huiswerk op haar slaapkamer, Sara (10) speelt met vriendinnen en ook de jongens – Boas (11) en Juda (7) – spelen in en rond het huis. Tegelijkertijd is het een gezellig komen en gaan van buurtkinderen. Moeder Danielle (39), leerkracht op een basisschool, geniet. Als het hele gezin door haar bij elkaar geroepen wordt en aan de keukentafel plaatsneemt, stuift Juda direct weer van tafel om de foto’s van de sponsorkinderen bij elkaar te zoeken. Er staat een foto in de werkkamer van Arend, op de sleutelhanger van de buitendeur zit er een en ook op de koelkast hangt een foto. De familie Palland sponsort Ashmita (9 jaar) uit India en Brian (7 jaar) uit Kenia.

Normaal
Terwijl Juda de foto’s op tafel legt en ze goed bekijkt, vertelt hij dat het goed is om je geld te delen: “Als iemand niet veel geld heeft, kun je niet eten.” Zijn zussen en broer beamen dat; sponsoring is volgens hen belangrijk. En toch vinden ze het ergens ook heel normaal en denken ze niet dagelijks aan Ashmita en Brian. Hanna: “Ik heb weleens online een kaartje gestuurd. We kregen een brief en dan is het natuurlijk wel zo aardig om ook iets terug te sturen. Als je daar dan mee bezig bent, vraag je je wel af waarom zij weinig hebben en wij als Nederlanders zoveel.”
Arend vertelt dat ze door de geboorte van Hanna een kind zijn gaan sponsoren: “We waren net getrouwd. Ik denk dat Red een Kind ons eerste goede doel was dat we steunden.” Danielle vertelt dat ze Red een Kind al kende, omdat haar ouders ook een sponsorkind hadden. “Dit deden ze destijds samen met andere familieleden. Nog steeds klinkt haar naam, Marie Imbam, in ons gezin. Het was niet dat ik er als kind veel mee bezig was, maar blijkbaar heeft het wel een zaadje geplant, want Arend en ik besloten hetzelfde te doen. Wie weet werkt dat ook zo met onze eigen kinderen.” Arend vult aan: “En het was een bewuste keuze. Red een Kind is een Nederlandse, kleinschalige organisatie en dat voelt voor mij als accountant transparant. Je weet waar je geld heengaat.”

Zelfredzaamheid
Danielle let als kleuterjuf weer op andere zaken: “Ik vind het mooi dat Red een Kind gaat voor zelfredzaamheid. Dat de projecten niet eindeloos voortduren, maar eindigen als de betrokkenen zelf inkomen kunnen genereren. Ik geloof dat het voor ieder mens goed is dat je op eigen benen kunt staan. Daar word je het meest gelukkig van. En natuurlijk vind ik onderwijs belangrijk. Ik gun ieder kind een goede start, waar ook ter wereld. Dat ze gezien worden en veilig zijn. Dan kunnen ook zij dromen over een toekomst.”
Lachend zegt Danielle dat ze het liefst de hele wereld wil redden: “We hebben het goed met elkaar, dat gun je ook een ander.” “Bovendien word je van delen een rijker mens”, aldus Arend. “Als christen én als consument in de westerse samenleving, zie ik het als plicht om andere mensen te helpen. We laten de wereld voor ons werken, dan mogen we dingen teruggeven. Denk aan al die goedkope laptops, onze kleding en de koffie die we zo goedkoop mogelijk willen consumeren. Uiteindelijk zou het veel beter zijn als we een eerlijke prijs voor producten zouden betalen.”

Christelijk
Voor Arend en Danielle is het ook belangrijk dat Red een Kind een christelijke organisatie is. Arend: “De reden dat je geeft komt mede door je christelijke identiteit. Het is mooi dat je geld op een plek terechtkomt waar mensen werken die met dezelfde achtergrond en intentie het geld weer verder doorgeven.”
Het gesprek aan tafel gaat nog even door. Hanna deelt dat zij zelf, als ze zelfstandig kan rondkomen, ook een sponsorkind gaat steunen. “En misschien wil ik wel vrijwilligerswerk in een land in Afrika doen. Gewoon om daar de kinderen te helpen, dat lijkt me mooi werk.” Sara kijkt bedenkelijk, zij vindt het daar veel te warm. Maar hoe het leven van Ashmita en Brian er precies uitziet? Dat vinden de kinderen lastig om in te beelden. Vragen hebben ze genoeg! Boas: “Dan wil ik weten of ze ook op voetbal zitten!” Juda reageert meteen: “Dan moeten ze natuurlijk wel een bal hebben…” Een mooie vraag voor een volgende sponsorbrief!



