
Kinderen in DR Congo leren elkaar steunen
In DR Congo leren kinderen spelenderwijs hoe ze goed met elkaar kunnen omgaan. Ze oefenen met praten, samenwerken, luisteren en het uiten van hun gevoelens. Ook ontdekken ze hoe waardevol vriendschap is. Tegelijk krijgen ouders handvatten om hun kinderen thuis liefdevol te begeleiden.
In de omgeving buiten de stad Goma hebben veel kinderen moeilijke dingen meegemaakt. Door conflict moesten gezinnen steeds opnieuw vluchten. Dat heeft veel invloed op kinderen. Daarom doen kinderen én ouders mee aan bijeenkomsten vanuit het programma Kids at Risk. De bijeenkomsten helpen kinderen om al jong sociale en emotionele vaardigheden te ontwikkelen.

Iemand om voor te zorgen
Tijdens de sessies doen kinderen groepsopdrachten, leerzame spelletjes en creatieve activiteiten. In één bijeenkomst staat vriendschap centraal: elkaar helpen, zorgen voor elkaar en leren omgaan met gevoelens. De kinderen maken ook allemaal een eigen knuffel. Deze knuffel is niet zomaar een knutselwerkje, maar wordt hun ‘vriend’: iemand om voor te zorgen, te beschermen en bij zich te houden. Zo oefenen kinderen op een veilige manier met vertrouwen en zorg. Ze ontdekken hoe het voelt om aandacht te geven aan een ander, maar ook hoe belangrijk het is dat er iemand voor jou is.
Naar een vriend gaan
Stap voor stap leren kinderen samenwerken, naar elkaar luisteren en zich onderdeel voelen van de groep. Voor veel kinderen zijn deze bijeenkomsten een veilige plek waar ze helemaal zichzelf kunnen zijn. Ze mogen vertellen wat ze voelen en oefenen met positief gedrag. Dat geeft vertrouwen.
Baraka van 6 jaar vertelt: “Ik zag mijn knuffelvriend helemaal alleen op de berg, zonder iemand om mee te spelen. Daardoor heb ik geleerd dat als ik een probleem heb, ik naar mijn vriend kan gaan. Of naar mijn papa, mama, oma, oom of tante.”

‘Kinderen mogen ook hulp zoeken’
Ouders spelen hierin een belangrijke rol. Tijdens de training leren zij hoe ze thuis beter kunnen luisteren en hun kinderen kunnen helpen om respectvol met anderen om te gaan. Moeder Godence, 44 jaar, vertelt: “Wat mij raakt aan deze bijeenkomsten, is dat ik zie hoe we vroeger met onze kinderen omgingen. We wisten niet goed hoe we contact met hen konden maken, met hen konden praten of hun problemen konden begrijpen. Nu zie ik dat er veel is veranderd.”
Godence leerde ook iets over zichzelf: “Ik besef dat ook ik iemand nodig heb bij wie ik terechtkan en om hulp kan vragen. En ik heb geleerd dat ik mijn kinderen niet moet afsluiten. Zij mogen ook hulp zoeken bij hun oom of tante, of bij iemand anders die ze vertrouwen.”



