Ik vind recht doen in de wereld een hele serieuze en belangrijke zaak, maar ik noem mezelf een milieugekkie. Omdat ik hoop dat anderen mij dan net zo serieus nemen als ik mezelf neem (niet zo dus). Ik ben geen milieuactivist, geen fairtrade-fanaat, enkel iemand die probeert het glibberige pad te vinden tussen mijn principes en mijn realiteit en daarbij vaak met mijn gezicht in de modder beland.

Dat dit niet makkelijk is komt door de kloof die is ontstaan als het gaat om eerlijk en duurzaam leven. Aan de ene kant woont een (activistisch) schuldgevoel, aan de andere kant je onmacht (luiheid?) om er echt iets tegen te doen. Nee, je vindt het niet oké dat vrouwen hun pasgeboren baby’s mee naar de fabriek moeten nemen en 12 uur lang moeten werken met giftige stoffen om iets van inkomen te hebben. Maar ja, je wilt het liefst ook een leuke spijkerbroek dat past bij dat shirt en liever niet te duur en het moet wel even te halen zijn in een uurtje.

We weten steeds beter hoe wij verbonden zijn met de wereld om ons heen en wat voor effect onze levensstijl heeft op het milieu en op de allerarmsten in de wereld. Zij zien hun oogsten steeds vaker mislukken en worden vaker door rampen getroffen. Ook weten we steeds beter wat voor wereld van onrecht er schuil kan gaan achter een ‘Made in Myanmar’-label. Maar die kennis is vaker een vloek dan een zegen. Wat het vooral doet is de kloof tussen schuldgevoel en onmacht vergroten.

Als er dan iemand gaat preken schieten we in de verdediging: Wij zijn niet de schoften, de maatschappíj moet veranderen. Maar dat kunnen we toch zeker zelf niet doen, en als we het goed doen zijn er nog altijd 5 miljard anderen die het niet doen. Bovendien zegt een of ander wetenschappelijk artikel dat het anders is, en groeit het geld voor fairtrade-onzin ons niet op de rug.

Mijn oplossing is dat we onszelf een beetje minder serieus moeten nemen. We zijn geen heilige boontjes, maar ook geen slachtoffers. In beide gevallen hebben we boter op ons hoofd. Als milieugekkie is mijn credo: “Je kan altijd iets doen! En als je het gisteren vergeten bent, krijg je vandaag een nieuwe kans.”

Is dat ongemakkelijk? Moeilijk? Vervelend? Misschien, maar geen goeie reden om er niet mee bezig te zijn. Aan de andere kant, jezelf als taak stellen met je levensstijl de wereld te redden, daarin falen en je schuldig voelen? Dat is niet constructief en ook niet zo realistisch. Niet zeuren, niet preken, niet klagen, maar ergens voor gaan, met vallen en opstaan. Als we nu allemaal zaken als duurzaamheid en het welzijn van onze medewereldburgers heel serieus nemen, maar ondertussen onszelf wat minder, dan, geloof ik, is er ineens ruimte om iets te doen. Dan wordt een kloof gedicht.

 

4 eenvoudige tips om (fairtrade) aan de slag te gaan:

1. Wil je wel fairtrade kleding kopen maar weet je niet hoe/waar/wat? Ga vóór je gaat winkelen heel even zoeken op internet naar fairtrade merken en je vindt zo allerlei merken en de winkels waar ze verkocht worden. Zo kan je van te voren al uitzoeken waar ze eerlijke kleding verkopen en gericht winkelen.

2. Fairtrade = duur? Soms wel, maar je kan ook kiezen voor minder spullen kopen. Heb je het echt nodig veel en vaak te kopen? En wat heb je er voor over dat het goed en eerlijk is geproduceerd? Een alternatief is tweedehands kopen. Dat is ook duurzaam, kan bijna overal en is over het algemeen weer heel goedkoop!

3. Alle supermarkten verkopen fairtrade spullen, niet van alles, maar doe eens gek en koop niet je standaard product als je van dat product ook een fairtrade variant vindt. Misschien is het zelfs wel lekker, en je doet echt iets goeds voor je medemens.

4. Sla onderzoeken en artikelen over dit thema niet over maar lees, lees, lees. Als je een artikel vindt over eerlijke en oneerlijke handel, of over hoe je producten worden gemaakt, lees het. Hoe meer je er over weet, hoe makkelijker het wordt om er aan te denken als je voor de keuze staat.

 

 

Door: Tiny Hoving, Politiek Lobbyist bij Red een Kind


Terug naar overzicht