Heel vroeg ging de wekker: 5 uur hier, 3 uur bij jullie. Om 6:15 stapten we in de busjes naar het vliegveld van Entebbe voor de vlucht naar Arua. En wat een geweldige ervaring om in zon vliegtuigje te stappen, met plek voor ongeveer 30 mensen. 2 propellers op de motoren links en rechts. Zon klein vliegtuig vliegt ook niet zo hoog en er waren weinig wolken. Dus ruim een uur een prachtig uitzicht gehad over Oeganda. En wat een prachtig land. Van bovenaf is goed te zien hoe groen en vruchtbaar het is. Ik ben er van overtuigd dat als Oeganda stabiel blijft, het een welvarend land kan zijn. Bij de start zagen we het Victoriameer prachtig liggen en tijdens de reis wisselden heuvels, moerassen, de Nijl en haar zijrivieren elkaar af in het beeld. En uiteraard dorpjes, wegen, bruggen, landbouwgrond en bossen het was allemaal prachtig te zien.

In Arua landden we op de rode aarde, of eigenlijk een speciaal sintel, maar dus niet op asfalt. En tijdens de hele landing kwam het landschap steeds dichterbij en vielen hier vooral de ‘Hats’ op. Hutten met grasdaken, de belangrijkste manier van wonen in dit gebied. Het woord ‘Hat’ (hoed) is ontstaan omdat eerst de muren werden gemaakt en het dak in haar geheel naast de muren en er als laatste werd opgezet, de hoed werd opgezet. Toen ze steeds groter gingen bouwen, werden de daken direct op de muren gebouwd.

Als eerste hebben we een bezoek aan de Resident District Commissioner gebracht, oftewel de man die bij ons ‘Commissaris van de Koning’ wordt genoemd. Meestal zijn dit beleefdheidsbezoekjes, maar deze man bleek goed op de hoogte, informeerde ons over wat er in welk gebied precies aan de hand was. Bijvoorbeeld mogelijke spanningen tussen religies, drugsteelt en dergelijke. Ook vroeg hij wat AEE als belangrijkste elementen had gezien bij hun bezoeken. Hij gaf aan erg blij te zijn dat Red een Kind/AEE geen onderscheid maakte in mensen op grond van religie o.i.d., maar dat iedereen gelijk voor hulp in aanmerking kwam. Ook gaf hij aan erg voor de vorm van zelfhulp te zijn die Red een Kind/AEE inzetten in hun projecten.

Voor de organisaties was dit een belangrijk bezoek om steun te hebben en te krijgen van de regering bij hun werk. Vervolgens zijn we vertrokken naar het vluchtelingenkamp waarin 400.000 Zuid-Soedanezen worden opgevangen die gevlucht zijn voor de oorlog tussen rivaliserende stammen. Dat was een lange reis over hobbelige wegen, erg vermoeiend.

En ja, jullie missen berichten over ontbijt en lunch, die er allebei bij in schoten. Op het vliegveld hadden we een kop koffie met een bananenmuffin gegeten en tijdens de reis aten we koekjes en gedroogde bananenschijfjes. Maar voor mij is het uiteraard wel een verontrustende ontwikkeling als de maaltijden uitblijven. ’s Avonds hebben we overigens enorm lekker gegeten in het hotel waar we nu overnachten, dus dat is allemaal goed gekomen. En waar zeur ik ook over als ik me realiseer waar de mensen het mee moeten doen die we vandaag ontmoet hebben.

Onderweg naar het kamp stopten we een stukje voor het kamp bij een kerk waar AEE mee samenwerkt. Want AEE heeft nog geen vergunning om in het kamp te mogen werken en deze kerk heeft dat wel. We hopen op basis daarvan het kamp te mogen bezoeken. We ontmoeten een erg vriendelijke jonge man die werkt in het kamp met groepen. Hij vertelt ons wat we wel en niet kunnen doen in het kamp en verzoekt ons geen foto’s nemen op één na. Dat wordt één van onze vrienden van AEE die gedurende reis al continue foto’s en filmopnamen maakt.

Vervolgens rijden we een heel lang stuk door het kamp. Want wat hier bijzonder is, is dat overal hutten, ‘hats’, zijn gebouwd. Dat er overal gewassen worden verbouwd. En eigenlijk lijkt het er op dat de levenswijze in het kamp niet heel erg anders is dan op het platteland van Oeganda zelf. We krijgen ook uitgelegd dat de vluchtelingen per gezin gebruik mogen maken van een stuk land van 40x40 meter. Daarop mogen ze een huis zetten, gewassen verbouwen en alle opbrengst is voor hen. Nu moet je op 40x40 meter grond je best doen om een hut te bouwen EN genoeg voedsel te verbouwen om je gezin te eten te geven. En ook hier is het voedselprogramma van UNHCR actief, maar als ik bedenk dat dit kamp ruim een jaar bestaat, dan ben ik wel stomverbaasd over alle hutten en de gewassen. De problemen zijn bijvoorbeeld de oorlogstrauma’s en het feit dat er geen onderwijs voor de kinderen is. En ik kan me ook voorstellen dat er allerlei kinderen in het kamp zijn die geen directe familieleden meer hebben.

Door dat gebruik van land is het kamp natuurlijk enorm groot. Er schijnen vijf delen te zijn, en van het ene naar het andere deel kan zomaar 30 kilometer zijn, wat een lange reis is op deze wegen. En daarom lukt het helaas alleen maar een kerkje te bezoeken, opgebouwd uit houten spanten en houten kolommen en een dak van het beroemde plastic van UNHCR. Daar spreken we met een vijftal mannen die hun best doen de kerk te organiseren én activiteiten voor de kinderen te verzorgen. Ze zijn welbespraakt en kunnen goed uitleggen wat er nodig is. Een oude man is als laatste aan het woord. Hij benadrukt nog eens het belang om voor de kinderen te zorgen en onderwijs te geven. En ja, ze willen graag terug naar Zuid-Soedan, maar liever blijven ze nu hier, waar ze meer bestaanszekerheid hebben. De vluchtelingen moeten wel binnen het kamp blijven en buiten de kampen worden vluchtelingen niet ondersteund. Er is weinig behoefte om de kampen te verlaten. We zien op sommige plakken al winkeltjes verschijnen en de bekende drukte en handel langs wegen die overal in de dorpen in Oeganda is. Er is een aantal kinderen in de buurt van het kerkje waar we gelukkig nog even mee kunnen praten, al blijft dat meestal beperkt tot vragen naar namen. Soms komt een jongen heel trots met een schrift aanlopen en laat zien dat hij kan schrijven of rekenen. Veel te snel moeten we alweer vertrekken naar een groep, waar we door de tijdsdruk helaas uiteindelijk niet aankomen. Een lange reis terug naar Arua begint en we komen om 20:30 ’s avonds aan.

Oeganda heeft een eigen bevolking van ongeveer 80 miljoen en ze vangen totaal ruim 1 miljoen vluchtelingen op. Op andere plekken in Oeganda zijn ook nog kampen, die dus al veel langer bestaan en het gevolg zijn van conflicten in Congo en Rwanda. “Wir schaffen dass” is hier geen woorden maar daden. Ik ben erg onder de indruk van de gastvrijheid van de Oegandezen. Nu mag ik daar morgen (woensdag) zelf van gaan genieten. Want morgenavond word ik achtergelaten bij een Oegandees gezin in één van de dorpen waar we op bezoek gaan, en mag ik daar een nachtje blijven slapen! Eerst gaan we een aantal projectbezoeken doen in deze omgeving bij de plekken waar AEE en Red een Kind net gaan starten. Ik ben benieuwd naar de verschillen tussen een net gestart en een bijna eindigend project als waar we zijn geweest.

Of ik, vóór we in het vliegtuig zitten zaterdagavond nog een verhaal kan versturen weet ik niet. Want na de logeerpartij woensdag op donderdag vertrekken we voor de autotocht terug naar Entebbe. Waar we halverwege nog een keer overnachten en vrijdagavond stappen we alweer op het vliegtuig. Maar in ieder geval, tot het volgende verhaal!

André werkt bij Rots Bouw en reist eind oktober met Red een Kind en andere ondernemers naar Oeganda. Hij blogt over zijn ervaringen.

Terug naar overzicht