Met een inwoneraantal van 1,3 miljard inwoners is China het grootste land ter wereld, maar het derde land ter wereld qua oppervlakte (na Rusland en China). Het chineze volk kent 56 verschillende bevolkingsgroepen met allemaal een eigen cultuur en leefwijze. De Han-Chinezen vormen met 92 procent verreweg de grootste groep.
China heeft talloze buurlanden, waaronder Rusland, Noord-Korea, Nepal en Vietnam. De hoofdstad is Peking (of Beijing). Toch is Sjanghai de grootste stad met ruim zestien miljoen inwoners.
China is een éénpartijstaat, waarvan de absolute macht bij de Communistische Partij van China ligt. De wetgevende macht is het Nationaal Volkscongres, bestaande uit afgevaardigden die voor een termijn van vijf jaar worden verkozen. Hierin hebben officieel zo’n drieduizend afgevaardigden zitting, die minimaal eens per jaar dienen samen te komen. Tussen deze zittingen door neemt een groep van 150 congresleden de zaken waar in het zogenaamde Permanente Comité van het Nationaal Volkscongres. China heeft een premiesr als regeringshoofd en een president als staatshoofd. De staatsmacht is uiteindelijk verdeeld in drieën: de partij, de staat en het leger. De grondslagen van de staatsinrichting zijn vastgelegd in de grondwet van 1982. In deze grondwet is een artikel opgenomen over de godsdienstvrijheid, maar godsdienstbeoefening wordt zeker niet aangemoedigd. China heeft vijf officieel erkende religies: het boeddhisme, het taoïsme, de islam, het protestantisme en het katholicisme. Christelijke kerken dienen officieel te staan ingeschreven bij de overheid.
Sinds de jaren zeventig maakt China een grote economische groei door, maar het inkomen per hoofd van de bevolking is nog betrekkelijk laag. De landbouw is veruit de belangrijkste arbeidssector; meer dan de helft van de bevolking is hierin werkzaam. Er wordt onder andere veel rijst, tarwe, pinda’s, soja en aardappelen verbouwd.
Hoewel in China het analfabetisme dankzij onderwijshervormingen en andere maatregelen sterk is gedaald, is het functioneel analfabetisme nog steeds zeer hoog. Personen met alleen lager onderwijs kennen zo’n duizend karakters, waarmee ze zich in het dagelijks leven kunnen redden, waar wat ontoereikend is om boeken of kranten te kunnen lezen.
Kinderarbeid komt in China nog redelijk vaak voor. Soms is dit gekoppeld aan basisscholen: kinderen moeten na schooltijd dan een bijdrage leveren in de vorm van arbeid.
Om veiligheidsredenen geeft Red een Kind liever geen gedetailleerde informatie vrij over de hulp in China en de hier werkzame partnerorganisatie.