Tanzania is een Verenigde Republiek die het voormalige Tanganyika en Zanzibar (bestaande uit de eilanden Zanzibar en Pemba) verenigt. Tanzania is een van de armste landen van de wereld. Het bruto-nationaal product per hoofd van de bevolking bedraagt 270 Amerikaanse Dollar, terwijl het gemiddelde in andere landen ten zuiden van de Sahara 470 Dollar bedraagt. In Nederland ligt dit gemiddelde op 24.040 Dollar. De economie van Tanzania is voornamelijk gestoeld op landbouw en veeteelt. Landbouw is verantwoordelijk voor circa 45% van het bruto nationaal inkomen en ruim 80% van de beroepsbevolking is er in werkzaam. Katoen, koffie en cashewnoten zijn de belangrijkste exportproducten. Toerisme en mijnbouw zijn daarnaast belangrijke groeisectoren.
Zanzibar en het vasteland hebben elk een eigen grondwet. Zanzibar heeft bovendien zijn eigen president en parlement. Er vindt al geruime tijd een proces van decentralisatie plaats, waarbij districten meer bevoegdheden krijgen. Het Huis van Afgevaardigden in Zanzibar bestaat uit 59 leden waaronder negen benoemde vrouwen. De uitvoerende macht ligt in handen van de president. De President is staatshoofd, regeringshoofd en opperbevelhebber van het leger en legt verantwoording af aan de Nationale Vergadering.
Hoewel Tanzania in de regio een relatief goede naam op mensenrechten gebied heeft en er de afgelopen jaren veel verbeteringen zijn opgetreden, doen zich nog problemen voor. Vooral op de mensenrechtensituatie in Zanzibar valt het nodige aan te merken. Hier komen problemen als overbevolking, drinkwatertekorten en massale jeugdwerkloosheid voor. Ook is er sprake van wanbeheer en corruptie.
Sociale indicatoren weerspiegelen de armoede in het land. Tanzania wordt door de Verenigde Naties geclassificeerd als één van de minst ontwikkelde landen en nam in 2005 de 164e plaats in van de 177 landen op de Human Development Index. Vrouwen, kinderen, ouderen en gehandicapten blijven extreem kwetsbare groepen. Geweld tegen vrouwen is een wijdverspreid probleem (seksueel geweld, erfrechten e.d.) en tegen daders wordt juridisch weinig ondernomen. Het politiek onder druk zetten van mensen en oppositiepartijen komt veelvuldig voor, vooral ten tijde van verkiezingen. De situatie in de gevangenissen is slecht te noemen. Overbevolking, slechte sanitaire voorzieningen en onvoldoende en inadequaat voedsel vormen het grootste probleem.
Vanaf de jaren zestig besteedde de Tanzaniaanse overheid relatief veel aandacht aan het onderwijssysteem. Dorpen en districten werden aangemoedigd hun eigen scholen te bouwen met hulp van de overheid en het lager onderwijs werd gratis en verplicht gemaakt.Basisonderwijs is verplicht, gratis en voor iedereen toegankelijk zowel op het vasteland als op Zanzibar. Er blijft echter een tekort aan goede leervoorzieningen, leerkrachten en boeken. Na de basisschool is door het ontbreken van adequate voorzieningen door doorstroming naar secondair onderwijs, vooral onder meisjes maar ook voor jongens, een groot probleem. In maart 2005 kondigde de Minister van Onderwijs een speciaal fonds aan om de hoge schooluitval onder meisjes aan te pakken. Het fonds heeft de verbetering van schoolfaciliteiten en infrastructuur mogelijk gemaakt, alsook het verstrekken van een maaltijd tussen de middag.
Red een Kind werkt in dit land samen met zusterkerk AIC Tanzania. Deze partner verzorgt beroepspopleidingen voor kansarme jongeren. De jongeren wordt binnen een jaar een vak geleerd. Ze worden bijvoorbeeld opgeleid tot timmerman, automonteur of secretaresse.
De AIC heeft daarnaast een programma waarin slachtoffers van HIV/Aids worden geholpen. Speciale focus is er daarbij op de positie van kinderen.